Gastcolumn Prof. Dr. Jaap H. van Dieën: Objectief meten aan bewegingsstoornissen

Column-Contest-2010Een nieuwe editie van de rubriek “Gastcolumn van de hoogleraar”. Periodiek schrijft een hoogleraar (met als werkgebied fysiotherapiewetenschap) een column op onze website. Dit keer de beurt aan Prof. Dr. Jaap H. van Dieën.

Objectief meten aan bewegingsstoornissen
Ik geloof niet dat er veel artsen zijn die het nauwkeurig bekijken van buisjes bloed als afdoende beschouwen om vast te stellen of er sprake is van een ontstekingen bij hun patiënten, laat staan om vast te stellen wat de oorzaak van deze ontsteking is. Het verbaast me dan ook altijd weer dat observatie wel als afdoend wordt gezien in de diagnostiek van bewegingsstoornissen. Ik zal niet ontkennen dat observatie een belangrijk middel is om klinische informatie te vergaren, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat er met objectief meten aan bewegingsstoornissen geen winst te maken is in termen van betrouwbaarheid, objectiviteit en precisie.

Voor het feit dat het meten aan het bewegen in de diagnostiek weinig voet aan de grond heeft gekregen is een aantal mogelijke verklaringen te bedenken. Gebruikelijk meten we bewegingen met opto-elektronische systemen, die kostbaar zijn en vragen om behoorlijk wat ruimte en om technisch geschoold personeel. Misschien zijn de kosten te hoog. Meten in de diagnostiek heeft alleen zin als meetresultaten helpen om de patiënt beter te behandelen of begeleiden. Misschien zijn metingen aan het bewegen te weinig richtinggevend voor de te kiezen behandeling of geven ze te weinig zicht op het effect van de behandeling. Tenslotte zou het zo kunnen zijn dat de relatief lage status van de (para-)medische disciplines, die zich met het bewegen bezighouden, waaronder de fysiotherapie, leidt tot onvoldoende budget voor goede diagnostiek.

Wat de kosten betreft, een klinisch chemisch laboratorium is ook niet goedkoop en vraagt ook om geschoolde laboranten. Maar het blijft een feit dat kosten in de zorg beheerst moeten worden, dus als we iets nieuws willen introduceren, dan zullen we dat zo goedkoop mogelijk moeten doen. Er gebeurt veel hoopvols op dit gebied. Sensoren die versnellingen en hoeksnelheden meten zijn klein en goedkoop geworden, omdat ze ook in massa-consumptiegoederen als smartphones worden ingebouwd. Daarnaast bieden camera’s die zijn ontwikkeld voor de ‘gaming’ industrie nieuwe mogelijkheden tegen lage kosten. Er verschijnt steeds meer onderzoek dat laat zien dat met deze instrumenten relevante informatie over de kwaliteit van het bewegen in een gecontroleerde setting is te verkrijgen. Daarnaast maken deze sensoren het mogelijk de kwantiteit en kwaliteit van het bewegen van de patiënt in het dagelijks leven te meten, waarmee informatie kan worden verkregen die zich normaal aan de waarneming van de clinicus onttrekt.

Wat de klinische meerwaarde van het meten betreft, zijn de voortekenen ook veelbelovend. De kwantiteit van bewegen in het dagelijks leven, de mate van fysieke activiteit dus, is objectief en betrouwbaar te meten. Dit wordt steeds meer onderkend als een belangrijke uitkomst van interventies bij een veelheid aan aandoeningen. Immers als een patiënt meer actief is, bevordert dat diens fysieke gezondheid en participatie. Metingen in de klinische setting kunnen meer inzicht geven in factoren die het bewegen belemmeren en zo bijdragen aan meer gerichte behandeling. Samenwerking tussen technici, onderzoekers en clinici moet worden uitgebreid om hierin nog meer vaart te brengen.

In mijn onderzoeksgroep hebben we de laatste jaren veel werk verricht op de boven besproken thema’s. Wat de status en het budget van disciplines als de fysiotherapie betreft hebben ik u niet direct iets te bieden. Daar zult u zich als beroepsgroep zelf sterk voor moeten maken, maar het helpt het vast niet om de techniek buiten de deur te houden. Vernieuwing en verbetering van de geboden zorg zal bijdragen aan de status en daarmee aan de budgetten. Objectief meten kan daaraan een substantiële bijdrage leveren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *