Gastcolumn Prof. Dr. Paul J.M. Helders: Over Omgeving en Identiteit

Column-Contest-2010Een nieuwe rubriek op de website van Scientia Fundus: “Gastcolumn van de hoogleraar”. Periodiek schrijft een hoogleraar (met als werkgebied fysiotherapiewetenschap) een column op onze website. Emeritus hoogleraar Prof. Dr. Paul J.M. Helders, tevens erelid van Scientia Fundus, trapt af.

Over Omgeving en Identiteit.

“Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid”, luidt het Postbus 51 spotje. Voor de fysiotherapeut zou dat, volgens de KNGF bestuurders, een focus op ondernemerschap, communicatie, productontwikkeling, en nog een paar doorgeschoten neoliberale kreten betekenen. Dat alles ondersteund met een op de “ENECO ballen” gelijkend logo….Tja….Je zou er een F van ‘De Fysio’ in moeten zien……

Maar om goed op je toekomst voorbereid te zijn is meer nodig. ‘Wie zijn wij’, ‘’ hoe profileren wij ons’ en in ‘welke omgeving’, zijn misschien vragen die er net zo, wellicht meer toe doen dan marketing en ondernemerschap. Wat doet onze omgeving er toe? En wat is daarin onze identiteit?

Een snelle oriënterende blik in het openbaar vervoer leert je al snel dat mensen liever op een lege bank gaan zitten dan naast iemand anders. Zelfs wanneer ze daar voor in de trein naar een volgende compartiment moeten lopen. Natuurlijk ploffen er ook mensen op de eerste de beste plek neer, maar doorgaans zitten wij liever niet naast iemand. Wanneer je alleen in je auto zit zing je vaker en harder mee met de autoradio. In je neus boren in gezelschap is iets dat je gevoeglijk uit je hoofd laat. Dat is de invloed van de omgeving, die gedrag in het algemeen faciliteert, stimuleert en verbetert. Een fenomeen dat men ook wel sociale facilitatie noemt. Mensen gedragen zich in gezelschap anders dan wanneer ze alleen zijn. De invloed van anderen in je omgeving.

In 2010 wees onderzoek van de afdeling huisartsengeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen uit dat patiënten meer vertrouwen hebben in een huisarts in een witte jas dan in een huisarts in een coltrui en spijkerbroek. Kledingstijl heeft een significante invloed op het gestelde vertrouwen. Interessante bevinding. Hoe je je manifesteert in je omgeving heeft een beduidende invloed op het vertrouwen dat men in je professionele deskundigheid stelt. Je vraagt je dan meteen af wat soortgelijk onderzoek onder fysiotherapeuten oplevert. De meesten hebben tegenwoordig hun witte jas ingeruild voor trainingspak of een sportbroek met sportshirt voorzien van het praktijklogo. “Je straalt daarmee het product uit” heet dat in marketingtaal.

Zo ziet de beroepsvereniging het ook graag. ‘ De Fysio’ door hen in de “markt” gezet profileert zich in de “gezondheidsmarkt”….Over Identiteit en Omgeving…

In de zorg heeft markt- en managementtaal zijn intrede gedaan. De patiënt is cliënt geworden, de zorg een product. Van de afhankelijke zieke is een autonome klant gemaakt. Op basis van een menu en bijbehorende prijslijst wordt hij of zij geacht zelfstandig een keuze uit het aanbod aan producten te kunnen maken. Maar de taal van de échte markt gaat over koopwaar. Over onderling vergelijkbare en soms uitwisselbare producten. Met ‘niet-goed-geld-terug’ garanties. De werkelijkheid van de zorgmarkt is echter beduidend anders. Zorg vertrekt vanuit een ziekte of beperking; bepaald geen behoefte van de consument. Hulpverleners verkopen niets aan patiënten. Die patiënten zijn betalende klant van zorgverzekeraars en niet van ziekenhuizen of zorgverleners. Zorg is geen transactie waarbij er op een gegeven moment een product van eigenaar wisselt. Ook al proberen anderen dat ons wijs te maken. Het is een interactie. Met een tijdsduur zo lang als nodig. De invloed van anderen ( managers en zorgmarketeers) in je omgeving…..

Ook in de wetenschapsomgeving is er invloed van anderen. De wetenschapper sjoemelt eerder in een competitieve omgeving dan in een omgeving die men als coöperatief ervaart. Ze spelen eerder vals wanneer ze het vermoeden hebben dat anderen dat ook doen. Bovendien schatten ze zich zelf gemiddeld integerder in dan hun collegae. Het verbaast dan ook niet dat UvA promovenda Marjan Bakker in 2014 in ongeveer de helft van de publicaties over psychologie- experimenten statistische fouten aantoont. In vijftien procent blijven de conclusies of delen daarvan niet overeind. In de exacte wetenschappen zouden gelijksoortige conclusies gelden. Er is dus behoefte aan een open, maar vooral integer onderzoekklimaat.

Een noodzakelijke stap in die richting lijkt mij het aanpakken van het ‘knip-en-plak’ gedrag dat begint op het basisonderwijs, zich voortzet op het voortgezet onderwijs en zich verder lijkt voort te zetten in het hoger onderwijs.

Hele delen tekst worden gekopieerd van het internet en geplakt in het “eigen” werkstuk. Geen van deze kinderen realiseert zich dat ze plagiëren. Platweg gezegd, jatten.

In het ‘hoogste’ echelon houdt men zich met de betere oplichterspraktijk bezig. Daar verfraait men data, ook wel ‘data massage’ of ‘data cooking’ genoemd. De gouden medaille gaat echter naar “wetenschappers” als professor Stapel die data fabriceren. Hier dus geen falsificatie, maar fabricatie. In normaal ABN heet dat liegen en bedriegen. Ook hier is de omgeving interessant. Waarom trekt niemand aan de bel? Ziet dan niemand dat de man bij voortduring de meest fantastische hypothesen met de meest fantastische data bewijst? Zoiets is alleen mogelijk in een volstrekt geïsoleerde omgeving waarin er bijvoorbeeld geen onderzoekbesprekingen worden gehouden. De professor in zijn kleine afgesloten kamertje. Over anderen in je omgeving…..

In het UMC Groningen is men gestart met een ‘Peer Support Group’. En met succes. Het blijkt dat hulpverleners zich niet alleen volstrekt ‘eenzaam’ voelen nadat ze een diagnose hebben gemist of wanneer er een handeling of verrichting anders is gelopen dan gedacht of gepland, maar dat men ook “eerder voor de draad” komt met een melding over een zorghandeling die een nadere analyse behoeft. In gremia die zich met patiëntveiligheid bezighouden is al langer bekend dat openheid niet alleen leidt tot het sneller melden van een accident, maar vooral leidt tot een cultuur waarin accidenten beter en sneller bespreekbaar zijn. Een en ander resulterend in een veiliger omgeving voor patiënten. De invloed van anderen in je omgeving….

Bij mijn Oratie in 1992 bezocht ik met de toehoorders een wel zeer bijzondere omgeving, namelijk de Tuin van Akadèmos. Een goed onderhouden Tuin waarin Plato en andere geleerden hun leerlingen onderwijzen. De Tuin behoort bij de school die in 387 voor Christus door Plato is opgericht. Het geheel lag even buiten Athene op het landgoed van een welgestelde Arcadiër, Acadèmos geheten. Hier wordt het wetenschappelijk discours gevoerd. De naam Akadèmos komt terug in de vijftiende eeuw in Italië als geleerden discussiegroepen vormen rond de thema’s Filosofie, Taal en Wetenschap. Zij willen onder andere de natuur op een experimentele manier benaderen. Los van overlevering en foutieve veronderstellingen. Het geeft een enorme impuls aan de wetenschappelijke kennis en vormt de start tot de moderne wetenschap. In mijn Oratie sta ik stil bij deze vorm van debat; het wisselen van ideeën en opvattingen met andere geleerden leidend tot een vruchtbaar wetenschappelijk discours. Het draagt in sterke mate bij aan de wetenschappelijke identiteit van het vakgebied, aan de onderwijs- en onderzoekagenda. Het valt mij tegenwoordig op dat, wellicht door gebrek aan een eigen identiteit maar zeker ook gevoed door het succes van de Fysiotherapiewetenschappers, andere disciplines het recht opeisen te kunnen bepalen wat de Fysiotherapie als wetenschap te doen en te laten heeft. Dat laatste dan vooral in het belang van de eigen discipline.

Anders geformuleerd zegt men : “Fysiotherapie is ons therapeuticum en wij bepalen wel wat er te onderzoeken en te onderwijzen valt”. Deze opvatting maakt van ons datgene dat we waren in de jaren zestig van de vorige eeuw…..de uitvoerders van therapietjes. Tegenwoordig mag bijna iedereen zich MSc noemen. Maar zonder een eigen identiteit en met name de eigen regie over het vakgebied brengt je dat niet veel verder. Dan blijft men ons zien als ‘medisch hulppersoneel’. Sorry, academisch ‘medisch hulppersoneel’. Over identiteit en omgeving……

Dachten we vroeger dat alles wat we deden, vonden en voelden werd bepaald door het ‘aan’ of ‘uit’ zetten van specifieke genen, vandaag weten we dat dit maar een deel van de waarheid is. Omgeving heeft een enorme invloed op ons denken, voelen, vinden. Epi-genetici bestuderen dat. Onze normen en waarden, die we bijna als natuurlijk ervaren, worden door onze omgeving bepaald. We ontwikkelen ons tot wie we zijn door de spiegel die onze omgeving ons voorhoudt. Vandaag leven we in een omgeving waar we slechts winnaars en verliezers kennen. Winnaars omdat zij hun competenties met succes hebben ingezet. Verliezers omdat ze dat hebben verzuimd. Daarom hebben we in deze tijd zo’n affiniteit met sport en ondernemerschap. Niet alleen fysiotherapeuten worden door hun beroepsgroep tot ondernemersgedrag aangezet. De politiek, media, het onderwijs, zelfs het universitair onderwijs heeft het ondernemer- en product denken omarmt. Productieafspraken zijn de agenda, zelfs voor wetenschap en onderwijs. De wetenschapsfabriek met als producten publicaties en dissertaties…..

Zeer terecht maken steeds meer gezaghebbende wetenschappers hiertegen ernstige bezwaren. Zij hebben zich verenigd in ‘Science in Transition’. Het systeem moet veranderen vinden zij.

Wetenschap moet worden gewaardeerd om de maatschappelijke meerwaarde die het oplevert. Inderdaad. Maar dat is nadrukkelijk iets anders dan wat wetenschap in economische termen oplevert. Net als de Kunst, heeft Wetenschap meerdere betekenissen.

De (wetenschaps)omgeving moet veranderen. Maar fysiotherapeuten ook.

Wij zijn noch ondernemers, noch medisch hulppersoneel, maar zijn de rechtmatige eigenaren van een zelfstandig vakgebied, beoefend op academische niveau.

Over Omgeving en Identiteit…

Prof. Dr. Paul J.M. Helders

Medisch fysioloog en kinderfysiotherapeut,
Emeritus Hoogleraar Klinische Gezondheidswetenschappen,
Faculteit der Geneeskunde, UMC Utrecht
Universiteit Utrecht

© pjmhelders 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *