Platform voor Early Career Researchers

KNGF logoVeel pas afgestudeerde of beginnende onderzoekers zijn druk in de weer met het uitbreiden van hun netwerk. De weg door het wetenschappelijk doolhof kan immers ingewikkeld zijn op het moment dat je nog onvoldoende collega-onderzoekers kent.

Om hierin te faciliteren hebben het KNGF en het Wetenschappelijk College Fysiotherapie (WCF) gezamenlijk een platform opgezet waar early career researchers zichzelf kunnen aanmelden. Hierop kun je aangeven op welk gebied je onderzoek doet, evenementen posten (zoals een naderende promotie of een wetenschappelijk congres) of in contact komen met mede-onderzoekers op het gebied van fysiotherapie.

In een later stadium zullen middels dit platform ook bijeenkomsten georganiseerd worden voor beginnend onderzoekers. Veel hoogleraren hebben hun steun uitgesproken voor dit initiatief en zijn tevens bereid een actieve rol te spelen in het faciliteren van dit wetenschappelijk netwerk voor onderzoekers in de fysiotherapie.

Uiteindelijk gaat het erom dat we van elkaar weten waar we mee bezig zijn en dat we elkaar weten te vinden.

Ben je (bijna) afgestudeerd en werkzaam als onderzoekers of promovendus, of heb je sterk interesse om als onderzoeker aan de slag te gaan, meld je dan aan op www.fysionetwerken.nl voor de werkgroep “Early Career Reseachers”.

Hedwig van der Meer (WCF)
Merel Timmer (WCF)
Mitchell van Doormaal (KNGF)

Promotieonderzoek Fysiotherapiewetenschapper: een “oude” elektrische interventie wordt nieuw leven ingeblazen

Door: Maurice M.J. Sillen PhD
Fysiotherapeut en coördinator netwerk
CIRO, expertisecentrum voor chronisch orgaanfalen, Horn
Proefschrift: Neuromuscular electrical stimulation in dyspneic COPD patients: a new training modality

In 1992 heb ik mijn studie Fysiotherapie afgerond in Heerlen. In de periode dat ik studeerde was er nog weinig wetenschappelijke onderbouwing van dit vakgebied. Tijdens de studie werd me geleerd dat een fysiotherapeut drie middelen ter beschikking heeft: de bewegingstherapie, massagetherapie en de fysische therapie in engere zin (bv. ultrageluid, lasertherapie, diverse elektrische stroomvormen). Veel interventies waren authority-based of werden uitgevoerd op basis van trial and error. De eerste KNGF richtlijn verscheen in 1993 en betrof de “Fysiotherapeutische verslaglegging” met als doel een leidraad te bieden bij het methodisch fysiotherapeutisch handelen en het registreren van relevante gegevens. De fysiotherapie onderging grote veranderingen in de 90-er jaren. Na een negatief rapport van de Nederlandse Gezondheidsraad werden verscheidene fysiotherapeutische interventies niet meer gedoceerd en toegepast, zoals diverse stroomvormen en lasertherapie.

Nadat ik 7,5 jaar in een particuliere praktijk had gewerkt, vervolgde ik mijn carrière in CIRO Horn, een expertisecentrum voor chronisch orgaanfalen, het voormalige Astmacentrum Hornerheide. Dit is een derdelijns longcentrum waar revalidatie plaatsvindt bij patiënten met chronische orgaanaandoeningen, voornamelijk patiënten met COPD en chronisch hartfalen. In dit centrum raakte ik geïnteresseerd in de wetenschappelijke kant van ons vakgebied. Nadat ik de eerste module “Scholing in wetenschap“ van het NPi had gevolgd schreef ik me in voor de tweede module. Helaas waren er te weinig inschrijvingen en de tweede module werd geannuleerd. Vanuit CIRO werd me, na het Europese Longcongres in 2005 bezocht te hebben, de mogelijkheid geboden om een masteropleiding te volgen. Na me georiënteerd te hebben koos ik voor de masteropleiding Fysiotherapiewetenschap (FW) in Utrecht. Tijdens deze masteropleiding (2006-2009) heb ik me verdiept in het onderwerp “Neuromusculaire elektrostimulatie (NMES) bij patiënten met COPD”. Reeds tijdens de opleiding werd mijn eerste wetenschappelijk artikel gepubliceerd in een peer-reviewed medisch tijdschrift (Respiratory Medicine, 2008). Het betrof een studie waarin ik de ventilatie en zuurstofopname heb gemeten met behulp van een mobiele oxycon tijdens NMES en spierkrachttraining. Het was heel mooi om te zien dat het artikel uiteindelijk, na peer-review, werd gepubliceerd in het format van het tijdschrift. Dit gaf een extra motivatie voor de studie en om meer te gaan publiceren. Vervolgens stroomde ik door in een promotietraject. De directeur van CIRO prof. Wouters, hoogleraar Longziekten aan de Universiteit van Maastricht, werd mijn promotor. De belangrijkste studie tijdens mijn promotie betrof een gerandomiseerde effectstudie naar de effecten van NMES bij patiënten met COPD. NMES leidde tot vergelijkbare positieve effecten als perifere spierkrachttraining op perifere spierkracht, inspanningsvermogen en kwaliteit van leven. Bovendien bleek de belasting op het cardiorespiratoire systeem gering te zijn, wat het aannemelijk maakte dat deze interventie goed toepasbaar is bij ernstig beperkte patiënten met COPD. Er volgden publicaties in mooie wetenschappelijke tijdschriften en er was aandacht vanuit de media. In de Telegraaf en De Limburger kwamen ook artikelen waarop een grote respons volgde. In 2014 vond de promotie plaats in Maastricht.

Tijdens mijn promotieonderzoek en de jaren erna heb ik veel lezingen en colleges aan hogescholen fysiotherapie gegeven. Het is goed te zien dat NMES, een “oude“ fysiotherapeutische interventie, weer terugkeert binnen het vakgebied. Het maakt deel uit  van (inter)nationale richtlijnen van de fysiotherapeutische behandeling van patiënten met COPD. Bovendien is het ook weer een onderdeel van het curriculum aan verschillende hogescholen fysiotherapie.

De opleiding FW en het promotieonderzoek hebben mij veel gebracht. De blik op het vakgebied is kritischer geworden en ik maak deel uit van onderzoeksprojecten. Daarnaast leid en implementeer ik (multidisciplinaire) verbeterprojecten, organiseer ik symposia en ben betrokken bij hogescholen fysiotherapie als extern adviseur bij eindscripties en als gastdocent. In CIRO Horn ben ik verantwoordelijk geworden voor de afdeling Fysiotherapie en inhoudelijk voor het netwerk. De studie FW en het daaropvolgende promotieonderzoek hebben mij ontzettend veel mogelijkheden geboden en het is leuk om van meerdere kanten actief te kunnen zijn in dit mooie vakgebied.

Publicaties

Sillen MJ, Janssen PP, Akkermans MA, Wouters EF, Spruit MA. The metabolic response during resistance training and neuromuscular electrical stimulation (NMES) in patients with COPD, a pilot study. Respir Med 2008 May;102(5):786-789

Sillen MJ, Speksnijder CM, Eterman RM, Janssen PP, Wagers SS, Wouters EF, Uszko-Lencer HM, Spruit MA. Effects of neuromuscular electrical stimulation of muscles of ambulation in patients with chronic heart failure or COPD: A systematic review of the English-language Literature. Chest 2009 Apr; 136(4):44-61

Sillen MJ, Wouters EF, Franssen FME, Spruit MA. Resistance training and neuromuscular electrical stimulation during acute exacerbations of chronic obstructive pulmonary disease. Int J Respir Care 2009 May; 5(1): 14-16

Sillen MJ, Vaes AW, Franssen FME, Wouters EF, Spruit MA. Trainingsstrategieën in revalidatieprogramma’s bij patiënten met COPD. In Jaarboek Fysiotherapie Kinesitherapie 2011:123-133

Sillen MJ, Wouters EF, Franssen FM, Meijer K, Stakenborg KH, Spruit MA. Oxygen uptake, ventilation, and symptoms during low-frequency versus high-frequency NMES in COPD: a pilot study. Lung 2011 Feb; 189(1):21-26

Akkermans MA, Sillen MJ, Wouters EF, Spruit MA. Validation of the oxycon mobile metabolic system in healthy subjects. Journal of Sports Science and Medicine 2012 March; 11(1):182–183

Sillen MJ, Vercoulen JH, van ’t Hul AJ, Klijn PH, Wouters EF, van Ranst D, Peters JB, van Keimpema AR, Franssen FM, Otten HJ, Molema J, Jansen JJ, Spruit MA. Inaccuracy of estimating peak work rate from six-minute walk distance in patients with COPD. COPD 2012 Jun;9(3):281-8. Epub 2012 Feb 23

Sillen MJ, Vercoulen JH, van ’t Hul AJ, Klijn PH, Wouters EF, van Ranst D, Peters JB, van Keimpema AR, Franssen FM, Otten HJ, Molema J, Jansen JJ, Spruit MA. The use of regression equations to estimate peak work rate in people with COPD -Reply from the authors. COPD. 2013 Feb;10(1):120-1. Epub 2012 Dec 28

Sillen MJ, Franssen FME, Delbressine JML, Uszko-Lencer NHMK, Vanfleteren LEGW, Rutten EPA, Wouters EF, Spruit MA. Heterogeneity in clinical characteristics and co-morbidities in dyspneic individuals with COPD GOLD D: Findings of the DICES trial. Respir Med 2013 Respir Med. 2013 Aug;107(8):1186-94. Epub 2013 May 22

Spruit MA, Sillen MJ, Groenen MT, Wouters EF, Franssen FM. New Normative Values for Handgrip Strength: Results From the UK Biobank. J Am Med Dir Assoc. 2013 Aug 16. Epub 2013 June 13

Sillen MJ, Franssen FM, Gosker HR, Wouters EF, Spruit MA. Metabolic and structural changes in lower-limb skeletal muscle following neuromuscular electrical stimulation: a systematic review. PLoS One 2013 Sept;8(9): e69391

Sillen MJ, Franssen FME, Delbressine JML, Vaes AW, Wouters EF, Spruit MA. Efficacy of lower-limb muscle training modalities in dyspneic individuals with chronic obstructive pulmonary disease: results from the DICES trial. Thorax, 2014 Jun;69(6):525-31

Sillen MJ, Franssen FME, Delbressine JML, Vaes AW, Wouters EF, Spruit MA. Efficacy of lower-limb muscle training modalities in dyspneic individuals with chronic obstructive pulmonary disease: response from the authors. Thorax. 2014 Jun 13. pii: thoraxjnl-2014-205781

Sillen MJ, Franssen FME, Vaes AW, Delbressine JML, Wouters EF, Spruit MA. Metabolic load during strength training or NMES in individuals with COPD: results from the DICES trial. BMC Pulmonary Medicine 2014, 14 :146 (2 September 2014)

Bestuursleden gezocht!

GezochtLijkt het je leuk om een bijdrage te leveren aan de studievereniging van Fysiotherapiewetenschap, Scientia Fundus en om bestuurservaring op te doen ? Scientia Fundus zoekt nieuwe bestuursleden.

Scientia Fundus is voor volgend collegejaar op zoek naar enthousiaste Fysiotherapiewetenschappers in spé die het leuk lijkt om in het bestuur van Scientia Fundus plaats te nemen.

Volgend collegejaar is het 15-jarige lustrum van Scientia Fundus, een hartstikke mooi jaar om in het bestuur te zitten. Voor volgend collegejaar zijn we op zoek naar enthousiaste en pro-actieve bestuursleden die het leuk vinden om een bijdrage te leveren aan Scientia Fundus. Heb je vragen, of lijkt het je leuk om bestuurservaring op te doen. Stuur dan een mail naar voorzitter@scientiafundus.nl.

Gastcolumn Prof. Dr. Jaap H. van Dieën: Objectief meten aan bewegingsstoornissen

Column-Contest-2010Een nieuwe editie van de rubriek “Gastcolumn van de hoogleraar”. Periodiek schrijft een hoogleraar (met als werkgebied fysiotherapiewetenschap) een column op onze website. Dit keer de beurt aan Prof. Dr. Jaap H. van Dieën.

Objectief meten aan bewegingsstoornissen
Ik geloof niet dat er veel artsen zijn die het nauwkeurig bekijken van buisjes bloed als afdoende beschouwen om vast te stellen of er sprake is van een ontstekingen bij hun patiënten, laat staan om vast te stellen wat de oorzaak van deze ontsteking is. Het verbaast me dan ook altijd weer dat observatie wel als afdoend wordt gezien in de diagnostiek van bewegingsstoornissen. Ik zal niet ontkennen dat observatie een belangrijk middel is om klinische informatie te vergaren, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat er met objectief meten aan bewegingsstoornissen geen winst te maken is in termen van betrouwbaarheid, objectiviteit en precisie.

Voor het feit dat het meten aan het bewegen in de diagnostiek weinig voet aan de grond heeft gekregen is een aantal mogelijke verklaringen te bedenken. Gebruikelijk meten we bewegingen met opto-elektronische systemen, die kostbaar zijn en vragen om behoorlijk wat ruimte en om technisch geschoold personeel. Misschien zijn de kosten te hoog. Meten in de diagnostiek heeft alleen zin als meetresultaten helpen om de patiënt beter te behandelen of begeleiden. Misschien zijn metingen aan het bewegen te weinig richtinggevend voor de te kiezen behandeling of geven ze te weinig zicht op het effect van de behandeling. Tenslotte zou het zo kunnen zijn dat de relatief lage status van de (para-)medische disciplines, die zich met het bewegen bezighouden, waaronder de fysiotherapie, leidt tot onvoldoende budget voor goede diagnostiek.

Wat de kosten betreft, een klinisch chemisch laboratorium is ook niet goedkoop en vraagt ook om geschoolde laboranten. Maar het blijft een feit dat kosten in de zorg beheerst moeten worden, dus als we iets nieuws willen introduceren, dan zullen we dat zo goedkoop mogelijk moeten doen. Er gebeurt veel hoopvols op dit gebied. Sensoren die versnellingen en hoeksnelheden meten zijn klein en goedkoop geworden, omdat ze ook in massa-consumptiegoederen als smartphones worden ingebouwd. Daarnaast bieden camera’s die zijn ontwikkeld voor de ‘gaming’ industrie nieuwe mogelijkheden tegen lage kosten. Er verschijnt steeds meer onderzoek dat laat zien dat met deze instrumenten relevante informatie over de kwaliteit van het bewegen in een gecontroleerde setting is te verkrijgen. Daarnaast maken deze sensoren het mogelijk de kwantiteit en kwaliteit van het bewegen van de patiënt in het dagelijks leven te meten, waarmee informatie kan worden verkregen die zich normaal aan de waarneming van de clinicus onttrekt.

Wat de klinische meerwaarde van het meten betreft, zijn de voortekenen ook veelbelovend. De kwantiteit van bewegen in het dagelijks leven, de mate van fysieke activiteit dus, is objectief en betrouwbaar te meten. Dit wordt steeds meer onderkend als een belangrijke uitkomst van interventies bij een veelheid aan aandoeningen. Immers als een patiënt meer actief is, bevordert dat diens fysieke gezondheid en participatie. Metingen in de klinische setting kunnen meer inzicht geven in factoren die het bewegen belemmeren en zo bijdragen aan meer gerichte behandeling. Samenwerking tussen technici, onderzoekers en clinici moet worden uitgebreid om hierin nog meer vaart te brengen.

In mijn onderzoeksgroep hebben we de laatste jaren veel werk verricht op de boven besproken thema’s. Wat de status en het budget van disciplines als de fysiotherapie betreft hebben ik u niet direct iets te bieden. Daar zult u zich als beroepsgroep zelf sterk voor moeten maken, maar het helpt het vast niet om de techniek buiten de deur te houden. Vernieuwing en verbetering van de geboden zorg zal bijdragen aan de status en daarmee aan de budgetten. Objectief meten kan daaraan een substantiële bijdrage leveren.

Docent van het Jaar Verkiezing

Wie vindt je de beste docent? Laat je stem horen!

Dit collegejaar wordt er een docent van het jaar voor de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht gekozen. De docent van het jaar wordt gekozen uit de docenten en medewerkers van de opleiding Klinische Gezondheidswetenschappen (KGW). Logoscientia, Alumnivereniging Verplegingswetenschap Nederland, en Scientia Fundus zijn gevraagd door KGW om te helpen met de verkiezing van de docent van het jaar.

Vandaag (24-03-2017) zal tijdens de Health Science Today een verkiezing worden gehouden. Tijdens de Health Science Today lezing kon je jouw stem uitbrengen, daarna is de verkiezing gesloten.

Voor vragen/opmerkingen over de verkiezing kunt u mailen naar voorzitter@scientiafundus.nl.

 

Dank voor het uitbrengen van je stem!

Alumni Vereniging Verplegingswetenschap

Logoscientia

Scientia Fundus