eHealth in de fysiotherapie anno 2015

eHealth Monitor 2015In de zorg is het aanbieden van gezondheidszorg via elektronische middelen, ofwel eHealth, een hot item. Vandaag werd op het Mobile Healthcare Congres de eHealth-monitor 2015 aangeboden aan minister Schippers. De eHealth-monitor is een onderzoeksrapport van het NIVEL en Nictiz dat voor het derde jaar op rij werd uitgegeven en de huidige stand van zaken rondom de eHealth in de Nederlandse gezondheidszorg bevat. Onder andere in een infographic van het NIVEL en Nictiz zelf, een nieuwsbericht van Medisch Contact en een blogpost van SmeartHealth worden de hoofdpunten uit het 168 pagina’s tellende rapport uitgelicht. Wij vragen ons echter af hoe het precies zit met het gebruik van eHealth binnen de fysiotherapie. Scientia Fundus voorzitter Herman de Vries vat hier daarom samen wat dit rapport schrijft over de fysiotherapie.

De eHealth-monitor maakt gebruik van gegevens die verzameld zijn via vragenlijsten onder 728 zorggebruikers, 844 artsen en 910 verpleegkundigen. Fysiotherapeuten zelf zijn dus niet meegenomen in dit onderzoek, waardoor het op dit moment onbekend blijft in welke mate eHealth door fysiotherapeuten wordt gebruikt. Wel wordt een beeld geschept van het door de zorggebruikers ervaren eHealth aanbod door fysiotherapeuten, waarvan 32% het afgelopen jaar tenminste éénmaal contact heeft gehad met een fysiotherapeut.

Een afspraak maken via internet

Of dit mogelijk is volgens de respondenten (n=222-225):

  • 11% – Ja
  • 57% – Weet niet
  • 32% – Nee

Of de respondent hier gebruik van heeft gemaakt (n=220-221):

  • 9% – Ja
  • 41% – Nee maar zou het willen
  • 24% – Nee, weet niet of ik het wil
  • 26% – Nee en zou het ook niet willen

Een afspraak herinnering via e-mail of sms

Of dit mogelijk is volgens de respondenten (n=222-225):

  • 10% – Ja
  • 63% – Weet niet
  • 27% – Nee

Of de respondent hier gebruik van heeft gemaakt (n=220-221):

  • 7% – Ja
  • 40% – Nee maar zou het willen
  • 27% – Nee, weet niet of ik het wil
  • 26% – Nee en zou het ook niet willen

Een vraag stellen via e-mail of website

Of dit mogelijk is volgens de respondenten (n=222-225):

  • 18% – Ja
  • 58% – Weet niet
  • 24% – Nee

Of de respondent hier gebruik van heeft gemaakt (n=220-221):

  • 7% – Ja
  • 35% – Nee maar zou het willen
  • 28% – Nee, weet niet of ik het wil
  • 30% – Nee en zou het ook niet willen

In 2013 maakte 13% hier gebruik van, in 2014 19% (wat een statistisch significante toename was) wat dit jaar dus niet opnieuw is toegenomen.

Een online videogesprek voeren

Of dit mogelijk is volgens de respondenten (n=222-225):

  • 1% – Ja
  • 60% – Weet niet
  • 39% – Nee

Of de respondent hier gebruik van heeft gemaakt (n=220-221):

  • 0% – Ja
  • 19% – Nee maar zou het willen
  • 32% – Nee, weet niet of ik het wil
  • 49% – Nee en zou het ook niet willen

Een online behandeling volgen

Of dit mogelijk is volgens de respondenten (n=223):

  • 2% – Ja
  • 59% – Weet niet
  • 39% – Nee

Of de respondent hier gebruik van heeft gemaakt (n=220):

  • 0% – Ja
  • 16% – Nee maar zou het willen
  • 31% – Nee, weet niet of ik het wil
  • 52% – Nee en zou het ook niet willen

Inzien van medische gegevens

Of dit mogelijk is volgens de respondenten (n=224):

  • 2% – Ja
  • 67% – Weet niet
  • 32% – Nee

Of de respondent hier gebruik van heeft gemaakt (n=220):

  • 1% – Ja
  • 42% – Nee maar zou het willen
  • 31% – Nee, weet niet of ik het wil
  • 26% – Nee en zou het ook niet willen

Gegevensoverdracht huisarts-paramedicus

Onder de 844 artsen waren 396 huisartsen, die ondermeer zijn gevraagd of zij een systeem voor gestandaardiseerde, elektronische informatieuitwisseling met andere zorgverleners hebben. Fyiotherapeuten zijn hier samen met ondermeer diëtisten onder ‘paramedici’ geschaald. Van de respondenten zegt 69% dit te hebben, 18% het niet te hebben maar dat het wenselijk is, 10% het niet te hebben en niet nodig denkt te hebben en 2% het niet te weten. Omdat meerdere paramedische disciplines zijn samengevoegd is het onduidelijk in welke mate deze cijfers representatief zijn voor de fysiotherapie, waardoor mogelijk een overschatting ontstaat.

Gegevensoverdracht medisch specialist-paramedicus

Naast de huisartsen zijn ook medisch specialisten gevraagd of zij een systeem voor gestandaardiseerde, elektronische informatieuitwisseling hebben met paramedici. Van de respondenten (n=385) zegt 20% dit te hebben, 43% het niet te hebben maar dat het wenselijk is, 24% het niet te hebben en niet nodig denkt te hebben en 12% het niet te weten. Omdat ook hier meerdere paramedische disciplines zijn samengevoegd is onduidelijk in welke mate dit geldt voor de fysiotherapie.

Digitale verwijzing huisarts-paramedicus

Net als bij de voorgaande punten zijn paramedische beroepen samengevoegd. Van de respondenten (n=396) zegt 28% dat het elektronisch versturen van informatie over de patiënt mogelijk is, 58% dat dit niet kan maar wenselijk is, 11% dat dit niet kan en onnodig is en 4% het niet te weten.

Mening medisch specialisten over online fysiotherapie

In de enquête onder medisch specialisten is de vraag gesteld welke toepassingen van eHealth of ICT in de zorg die zij veelbelovend vinden. Van de 357 respondenten noemden 8 (omgerekend 2.2%) de online fysiotherapietraining als veelbelovend voorbeeld. Gezien de overige antwoorden lijkt het aannemelijk dat de respondenten op deze open vraag vooral voorbeelden in hun eigen setting hebben genoemd, wat dus niet automatisch betekent dat de andere 97.8% online fysiotherapie niet veelbelovend vinden.

Aanbevelingen

De eHealth-monitor doet een aantal algemene aanbevelingen, waarvan een deel ook relevant is voor de fysiotherapie.

wensenFocus de aandacht op eHealth toepassingen waarvoor draagvlak is

  • Online diensten voor zorggebruikers, waaronder het e-consult en inzage via internet in de eigen medische gegevens.
  • Elektronische informatie-uitwisseling tussen zorgverleners.
  • Beeldschermzorg.

Naar een gezamenlijke, systematische aanpak van systeembelemmeringen

Uit de vragenlijst onder artsen in de eHealth-monitor 2013, 2014 en 2015 blijkt dat er keer-op-keer belemmeringen op financieel, juridisch en technisch vlak ervaren worden die in hun perceptie nog onvoldoende worden weggenomen. Een systematische, gecoördineerde aanpak is daarom gewenst. Het rapport adviseert de minister/overheid daarom om de regie te nemen om de aanpak van deze belemmeringen samen met andere partijen in het zorgveld te coördineren.

zelfmetenSorteer op het toenemend belang van consumenten-eHealth

De eHealth-monitor constateert dit jaar een toename onder zorggebruikers in het zelf bijhouden van gegevens over doktersbezoeken of behandelingen en het bijhouden van lichamelijke activiteit. Het rapport adviseert de minister/overheid daarom om de mogelijkheden tot elektronische informatiedeling tussen zorggebruiker en zorgverlener te versterken.

Concluderend

Op basis van deze gegevens lijkt slechts een beperkt deel van de fysiotherapie zorggebruikers op dit moment gebruik te maken van een van de mogelijkheden tot online contact of behandeling. Een groot deel van de zorggebruikers die er nu geen gebruik van maakt zou dat wel willen of weet niet goed of ze dat willen. Net als in 2013 en 2014 constateert de eHealth-monitor dat eHealth door artsen aanzienlijk meer wordt aangeboden dan dat er gebruik van wordt gemaakt, en wordt geadviseerd de zorggebruikers beter voor te lichten over de mogelijkheden. Het is onbekend hoe groot het daadwerkelijke aanbod van eHealth door fysiotherapeuten is, maar indien dit ook geldt voor de fysiotherapie dan lijkt de aanbeveling de zorggebruikers beter voor te lichten ook op te gaan voor eHealth binnen de fysiotherapie. We hopen dat het Nictiz en NIVEL in de volgende jaargangen van de eHealth-monitor de vragenlijst ook wegzetten onder fysiotherapeuten zodat een beeld gevormd kan worden van het eHealth aanbod door fysiotherapeuten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *